De droom van Don Bosco


Toen ik negen was, had ik een droom die mij mij hele leven is bijgebleven. In die droom scheen het mij toe dat ik dicht bij huis was, op een nogal grote binnenplaats waar een groot aantal jongens aan het spelen was. Sommigen lachten, velen vloekten. Bij het horen van die vloeken rende ik op hen af en probeerde ze met woorden en klappen tot zwijgen te brengen.

Op dat ogenblik verscheen een eerbiedwaardige Man, in mooie kleren. Zijn gelaat straalde zo dat ik mijn ogen moest afwenden. Hij riep mij bij mijn naam en zei:

"Niet met slaan maar met zachtmoedigheid en met liefde zul je je vrienden moeten winnen. Begin er dus meteen mee hun duidelijk te maken hoe lelijk de zonde is en hoe kostbaar de deugd."

Verward en ontsteld antwoordde ik dat ik een arme, onwetende jongen was. Op dat ogenblik hielden de jongens op met lachen en roepen, en gingen allen in een kring rondom de Man staan. Ternauwernood beseffend wat ik zei, vroeg ik hem:

"Wie bent u dat u mij zulke onmogelijke dingen opdraagt?"

"Juist omdat die dingen je onmogelijk lijken, moet je ze mogelijk maken door gehoorzaamheid en door kennis te verwerven."

"En hoe zal ik mij die kennis eigen maken?"

"Ik zal je een Meesteres geven. Onder haar leiding zul je wijs worden."

"Maar wie bent u?"

"Ik ben de Zoon van Haar, die je moeder je driemaal per dag heeft leren groeten.
En mijn naam, vraag die aan mijn Moeder.
"

Toen zag ik naast Hem een Vrouw staan die er koninklijk uitzag. Ze droeg een kleed, stralend als de zon.
In de war als ik was, wenkte ze mij dichterbij te komen. Vriendelijk nam zij mij bij de hand en zei:

"Kijk!"

En toen zag ik dat al die jongens verdwenen waren. In hun plaats zag ik een massa geitjes, honden, katten, beren en allerlei andere dieren.

"Hier ligt je arbeidsterrein, hier zul je moeten werken. Word nederig, flink en sterk. En wat je op dit ogenblik ziet gebeuren met die dieren, zul je voor mijn kinderen doen. "

Ik keek om mij heen en kijk, in plaats van roofdieren doken zachte lammetjes op, die huppelend rondsprongen en blaatten, alsof zij die Heer en die Dame wilden laten merken hoe blij ze waren.
Op dat ogenblik -nog altijd in mijn droom- begon ik te huilen en ik vroeg de Dame duidelijk te willen uitleggen wat dit allemaal moest betekenen.
Ze legde haar hand op mijn hoofd en zie:

"Mettertijd zul je alles begrijpen."